Home  ›  Financieel en fiscaal  ›  Huren, kopen of leasen?

Huren, kopen of leasen?

U hebt besloten om te investeren in bedrijfsfietsen? Dan stelt u zich waarschijnlijk de vraag hoe u die fietsen zal aanschaffen. Welke formule u ook kiest, de wetgever  voorziet dezelfde fiscaal gunstige regels. In de vennootschapsbelasting kunnen de kosten voor bedrijfsfietsen en fietsvoorzieningen voorlopig nog voor 120% fiscaal worden afgetrokken. Vanaf het aanslagjaar 2021 wordt de extra 20% aftrekbaarheid voor vennootschappen volledig afgeschaft en wordt deze teruggebracht op de gewone aftrekbaarheid van 100%. In het geval van operationele lease (restwaarde vanaf 16%) geldt nu reeds de 100% aftrekbaarheid. 

Genoeg cash? Dan is kopen een optie.

Wanneer u over voldoende liquide middelen beschikt en dit geld niet meteen nodig hebt voor andere investeringen op korte termijn, dan kan u overwegen om de fietsen meteen aan te kopen. Dit is meestal het goedkoopste. Het voordeel is dat u geen interesten betaalt zoals bij een financiële leasing of huurkoop en dat u meteen juridisch en economisch eigenaar bent van de fietsen.  U dient de fietsen af te schrijven over een periode van 36 maanden, de levensduur van een degelijke fiets. U gaat best na of u bij uw fietsleverancier ook over de mogelijkheid beschikt om een onderhouds- en herstelcontract af te sluiten. Alleen zo bent u zeker dat de aangekochte fietsen in prima staat blijven. Op het einde van de gebruiksperiode bent u als werkgever juridisch en economisch eigenaar van de fiets. Wenst uw werknemer eigenaar te worden, dan kan dit mits facturatie. Indien de werknemer de fiets krijgt zonder hiervoor hoeven te betalen, dan wordt dit door de fiscus beschouwd als een geschenk of een fiscaal voordeel.

Fietsleasing

Zoals bij aankoop moet ook bij leasing de fiets over een periode van minimaal 36 maanden worden afgeschreven en is dit dus bijgevolg de minimum leaseperiode. Bij fietsleasing primeert de gebruikskost en wordt de fiets gefinancierd voor het bedrag van de aankoopprijs van de fiets, verminderd met de restwaarde van de fiets op het einde van de gebruiks- of leaseperiode. Bijgevolg is de huurpijs hoger bij een lage restwaarde en lager bij een hogere restwaarde. U hoeft dus geen inbreng te doen van eigen middelen en bijgevolg tast dit de kredietcapaciteit en de solvabiliteit van uw onderneming niet aan.

Een fietsleasing kan verscheidene kosten dekken; in de eerste plaats is dit uiteraard de financiering, maar ook het onderhoud, mogelijke herstellingen, verzekeringen, bijstand en zelfs een vervangfiets kunnen in de leaseovereenkomst worden opgenomen. Het is dus belangrijk dat dit duidelijk in de overeenkomst wordt beschreven.

Naast de te budgetteren kosten is ook de restwaarde van de fiets bij het einde van de leaseperiode zeer belangrijk. Wil u of uw werknemer een aankoopoptie lichten op het einde van de leaseperiode, dan kan u ervoor kiezen om de restwaarde zo laag mogelijk te houden (5 tot 15%). Bij een restwaarde vanaf 16% spreekt men van een operationele huur (zie fiscale regels), waarbij de leasingmaatschappij juridisch en economisch eigenaar is van de fiets. Ook bij operationele leasing bestaat voor de leasingnemer de mogelijkheid om een aankoopoptie te lichten, tenzij dit anders wordt bepaald in de overeenkomst.